dinsdag 14 februari 2012

Schermen

Mensen die je niet goed (meer willen) kennen, hebben vaak een beeld van je dat niet helemaal overeenkomt met wie je bent. Dat geeft allerlei moeilijkheden en vooral veel verdriet. Ik probeer hardnekkig te bewijzen dat ik zo niet ben. Uiteindelijk geef je dat op, want er gebeurt altijd wel iets dat hun beeld bevestigt. Hoe harder je probeert, hoe meer kans dat dat voorvalt. Je bent niet echt jezelf als je heel hard je best doet om je beste zelf te zijn. Evengoed zijn er mensen die je wel goed (willen) kennen zoals je bent. En zij zien ook dat telkens weer bevestigd, want bij hen bén je gewoon jezelf.
Telkens ik geconfronteerd wordt met mensen van de eerste categorie doet dat geweldig zeer. Hoe hard ik ook probeer om naast het beeld te stappen en vriendelijk te zwaaien: "Joehoe, hier ben ik, zoals ik echt ben (hou van mij?!?)" ... het lukt niet om dat beeld uit te wissen. Om moedeloos van te worden. Dan loopt mijn energievat gelijk helemaal leeg. En dat is gewoon zonde!
Ik ga eens iets nieuws proberen. Ik zet in mijn hoofd dat beeld dat zij hebben als een scherm een eind van me af. Als zij dat beeld willen zien, dan doen ze maar. Als ze me zo willen onthouden, laat dat beeld daar dan maar staan. Ik doe intussen aan mijn kant gewoon verder mijn ding. En als die mensen me alsnog terug of beter willen leren kennen, dan mogen ze altijd het beeld opzij zetten en eens zwaaien. En ik beloof dat ik dan (nog steeds) vrolijk zal terugzwaaien.
Ik hoop dat het werkt.

vrijdag 10 februari 2012

Littekens

“I know now that we never get over great losses;
we absorb them, and they carve us into different,
often kinder, creatures.”

― Gail Caldwell - Let's Take the Long Way Home -

Ach ja, Alles komt goed!

maandag 30 januari 2012

Het huis met de wilde wingerd


Ons vake en ons moeke hebben altijd (toch voor zolang ik het kan weten) in hun huis aan de Zammelseweg gewoond: het huis met de wilde wingerd. Dat is een bijzonder huis, moet je weten.
Er zijn heel veel kindjes groot geworden. In de eerste plaats natuurlijk onze ouders – hun eigen kinderen. Maar dat zijn lang niet de enige. Er zijn nog de kinderen van familie die tijdelijk bij in het huis woonde. En dan wij natuurlijk, hun kleinkinderen. Een hele hoop kinderen werden door ons moeke en vake opgevangen tot ze naar de papschool mochten.
Als we ziek waren, werden we extra verwend. Dan werd er altijd een beddeke gemaakt op de zetel met een fris laken, zachte kussens en een dekentje. Eigenlijk was ziek zijn toen nog behoorlijk zalig.
Soms mochten we eens blijven slapen. Dan maakte onze va net voor we naar boven gingen een portie warme botermelk met goed veel bruine suiker – of was dat toch ons moe, dat weet ik eigenlijk niet meer. Het was in elk geval lekker! En ’s morgens las onze va dan voor uit De Witte. Vooral dat stuk over het zout op de patatten. De geur van dat boek zal ik nooit vergeten.
We hebben er allemaal ook veel geleerd. Ik heb er bijvoorbeeld leren breien. Van onze va nog wel! Sjotten tegen de garagepoort was dan weer iets voor de jongens. Gelukkig was ze heel stevig, die poort, want er werd serieus hard getrapt. En onze va maar zeggen dat ze met rechts én met links moesten leren sjotten.
Op feestdagen was het druk in huis. Met de kermis stond de bank op de stoep en kwamen de foorgangers buurten. Er waren natuurlijk frikadellen met kriekskes. De liefde ging heel vaak door de maag bij ons moeke en vake, bedenk ik nu. Met Kerstmis werden tafels en stoelen erbij gesleurd en zaten we gezellig te genieten van het lekkere eten. Er was natuurlijk altijd veel te veel. Te weinig zou een ramp geweest zijn.
Er werd niet alleen gespeeld of gegeten of gefeest, maar ook keihard gewerkt. Ik heb er vaak op tafel gestaan. Om een rokske af te laten spelden wel te verstaan. Dan stond er dagenlang een naaimachine op tafel en werkte ons moe tot het klaar was.
Onze va was de meubelmaker: een salon, een bureau, een boekenrek, een kleerkast. Niet kapot te krijgen, trouwens. Een kastje of stoel in de verf zetten voor op kot? Vake liet zien hoe het moest.
Fietsen maken kon hij gewoon niet laten. Had er toevallig een wildvreemd kind een lekke band voor de deur, dan plukte onze va het manneke van’t straat en na school stond dat fietske geplakt, gekuist en gesmeerd klaar om terug naar huis te fietsen. “Hij bolt terug gelijk niks!”
Den hof dat was nog een ander paar mouwen. Ons moeke had altijd wel iets moois gezien in de tuinboekskes. Onze va realiseerde haar plannen, weliswaar af en toe met hoorbaar protest. Hij hield altijd wel een stukske groentenhof: prei, selder, kolen, sla. Hij had er zijn werk mee en het moest vooruitgaan. En de oogst werd gedeeld met de buren en de familie. Het is nog altijd een heel schoon hofke. Ik had nog graag geweten hoe je’t allemaal deed.
Ach, het laat zich eigenlijk nogal gemakkelijk samenvatten. Je kon er ALTIJD binnenvallen. Als er goed of slecht nieuws was, als je met iets zat of gewoon passeerde of als je even aandacht nodig had, zomaar. Je kon er komen schuilen. Was dat toevallig rond etenstijd: dan werd er een bord bijgezet. Zo rond half vier: “Ik zal eens koffie zetten. Zie maar of er nog iets in ‘de doos’ zit.” Dat was dan de koekendoos. En in de zomer als je met de kinderen binnensprong: “Een gini-ke? Pak maar één in de kelder.” De glazen wisten we staan. De kindjes zag onze va het liefst elke keer ze in de buurt waren. Hij genoot ervan ze flink te zien groeien (en dat ze hun bord leeg aten). Hij hield het allemaal in’t oog.
In het huis met de wilde wingerd is lief en leed gedeeld, koffie gedronken, gekibbeld ook, en hebben onze va en ons moe een massa werk verzet. We waren er allemaal thuis en op ons gemak, want ze zagen ons graag, daar twijfelden we niet aan. Er staan foto’s van ons allemaal op de schouw. Die staat intussen behoorlijk vol.
Zelfs nu ons moeke én ons vake er niet meer zijn, ademt alles in het huis nog steeds die vertrouwde warme sfeer. Het is wel een beetje vreemd, alsof het in de muren en de meubels en spulletjes is gekropen. Maar dat is het niet. Die warmte zit nog in elk van ons en in al die goeie herinneringen. Die hebben we van hun gekregen. En dat gevoel gaat nooit meer weg.

dinsdag 24 januari 2012

donderdag 19 januari 2012

Een gevoelige snaar, nog steeds

Maak even tijd voor dit. Het raakt een heel gevoelige snaar, want dit ligt nog heel vers in mijn geheugen. Dit gedicht heb ik volledig gepikt bij alles komt goed. Bedankt, Ann, ik kende dit niet. Het mag hier niet ontbreken.
Een buiging voor al wie op dit moment volop richting een depressie of burn out raast, er middenin zit of er probeert uit te krabbelen. En dat zijn er jammer genoeg heel veel. Een even diepe buiging voor wie samenleeft met en zorgt voor zo iemand. En dat zijn er gelukkig heel veel. Laat het lezen door iedereen die je kent, zodat ze weten hoe het voelt en het onbegrip beetje bij beetje kan verdwijnen. Want dat onbegrip is helaas nog heel groot.


When the rhythm of the heart becomes hectic,
Time takes on the strain until it breaks;
Then all the unattended stress falls in
On the mind like an endless, increasing weight,

The light in the mind becomes dim.
Things you could take in your stride before
Now become laborsome events of will.

Weariness invades your spirit.
Gravity begins falling inside you,
Dragging down every bone.

The ride you never valued has gone out.
And you are marooned on unsure ground.
Something within you has closed down;
And you cannot push yourself back to life.

You have been forced to enter empty time.
The desire that drove you has relinquished.
There is nothing else to do now but rest
And patiently learn to receive the self
You have forsaken for the race of days.

At first your thinking will darken
And sadness take over like listless weather.
The flow of unwept tears will frighten you.

You have traveled too fast over false ground;
Now your soul has come to take you back.

Take refuge in your senses, open up
To all the small miracles you rushed through.

Become inclined to watch the way of rain
When it falls slow and free.

Imitate the habit of twilight,
Taking time to open the well of color
That fostered the brightness of day.

Draw alongside the silence of stone
Until its calmness can claim you.
Be excessively gentle with yourself.

Stay clear of those vexed in spirit.
Learn to linger around someone of ease
Who feels they have all the time in the world.

Gradually, you will return to yourself,
Having learned a new respect for your heart
And the joy that dwells far within slow time.

- John O'Donohue - Irish Poet -

NB ik ga vandaag goed voor mezelf zorgen. Morgen en de volgende weken examen. Stress is nooit ver weg.

donderdag 12 januari 2012

As good as it gets (2)


Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering
There 's a crack in everything
That is how the light gets in.

met dank aan Leonard Cohen en warme groeten aan Edel! En mijn lieve Poi!
foto van Simon Chaput (http://www.simonchaput.com/)